maandag 28 mei 2012

Vandenberg 30 jaar na dato…

Vandenberg anno 1982...
Op een mooie pinksterdag in 2012 werd de Nederlandse gitarist Adrian Vandenberg mijn facebook-vriend. Ik kreeg hem aangereikt via  Ronald Seerden, docent aan de Tilburgse Rockacademie. Adrian werd mijn 808-ste vriendje; ik zijn 3.481ste! Ik moest even terug in een stapel vergeelde plakboeken om te ontdekken dat ik Adje van den Berg (25) half augustus 1982 had geïnterviewd.
De muzikant had toen van de Amerikaanse platengigant Atlantic een dik contract aangeboden gekregen voor zo’n zeven tot acht elpees. In dat contract was tevens opgenomen dat Ad alleen al een budget van een half miljoen gulden (= 227.272,72 euro, beste kijkmuiskinderen) tot zijn beschikking had om die tot een succes te maken.
In april 1982 was Van den berg met zanger Bert Heerink (ook ex-Teaser), bassist Dick Kemper (ex-Turbo, fb-vriendje 684), en drummer Jos Zoomer naar Engeland vertrokken om in de opnamestudio van Led Zeppelin-gitarist Jimmy Page een elpee op te nemen, die worldwide zou worden uitgebracht. Euforie alom dus.
’Als ik dat zo lees, dan schrik ik er iedere keer weer van, ja,’ reageerde Ad nuchter op mijn eerste vraag of dat het waar was dat de meest wilde verhalen omtrent zijn band de ronde deden. Ad verzuchtte dat teveel publiciteit averechts kan werken: ‘Je moet tegen een hoop vooroordelen opboksen. De mensen denken: ‘Die jongens hebben een hoop geld op zak en daar kan verder niks meer mee gebeuren…’ 

Vandenberg-pullover anno 1982...
Het relaas verscheen op 26 augustus 1982 paginagroot – want nieuws, toch? - in het BD. Een week later belandde er een pakketje op mijn bureau met een briefje van de Nederlandse promotieman Tjerk Lammers (fb-vriendje 476) van WEA (Warner/Elektra/Atlantic): ‘Ziehier de beloning voor het fantastische interview met Vandenberg: een warm wolletje voor de aankomende koude winterdagen…’ Het betrof een donkerblauwe pullover met rechtsboven bescheiden het snelle Vandenberg-logo in zilvergrijs. Wauw! Afijn, Ad werd door zanger David Coverdale van de Engelse hardrockband Whitesnake persoonlijk gevraagd de gelederen te komen versterken. Onder de Whitesnake-vlag heb ik Adrian zien optreden op het ‘Monsters of Rock’-festival in het Galgenwaard in Utrecht en in Theater Noorderligt in Tilburg.
Vandenberg in Tilburg anno 1994...
De laatste keer dat ik Adrian live zag was op 8 september 2004 in een uitverkocht poppodium 013, ook tijdens een concert van Whitesnake. Pal voor de afsluiter 'Here I Go Again' lepelde Coverdale een anekdote op over de rode blouse die hij droeg. Had-ie 'm nu wel of niet geleend van zijn voormalige rockbroeder? Waarna hij tot ieders verrassing 'Dutchman Adrian' introduceerde. Die kwam, speelde een solo en verdween weer. Het was te verwachten dat Adrian zelfs in 2004 nog een staande ovatie in ontvangst kon nemen. Maar toen hij even snel als ie opkwam ook weer verdween, werd zijn naam verder ook niet meer gescandeerd.

Niets zo vergankelijk als hardrockroem, 3.481 fb-vriendjes ten spijt… 

>Lauran

dinsdag 15 mei 2012

Donald 'Duck' Dunn dood

Hij was een van die onvolprezen stille krachten in de muziek, Donald 'Duck' Dunn. Lid van de legendarisch MG's, maar veel meer dan de begeleidingsband van Booker T. (Jones). Dunn heeft met zijn groovende basgitaar een onuitwisbaar stempel gedrukt op de ongelofelijk aanstekelijke soul-muziek van het Stax-platenlabel. Hele grote zangers heeft hij met zijn medemuzikanten van het 'huisorkest' van Stax begeleid, in de anonimiteit.  
De bassist (links op de foto, naast Cropper en Al Jackson, voor: Booker T. Jones) was nog aan het touren met zijn maatje Steve Cropper, ook al zo'n geweldenaar in de studio en op het podium.

Nederdrummers schrijven biografieën

Boek 'Drumsolo' (2002)...
Als in oktober 1999 de legendarische Nederlandse band Q65 nieuw leven wordt ingeblazen, is drummer Hans Waterman er bij. Waterman heeft op dat moment al een schitterende rock-‘n-roll carrière achter de rug. Hij drumde als zestienjarige in de al even legendarische Cuby & The Blizzards en maakte deel uit van Solution, de band van Jan Akkerman en de Engelse band The Pretty Things. Met Q65 lijkt hij in 1999 wederom te gaan horen bij de grote namen uit de Nederlandse popmuziek, maar voordat ze opnieuw geschiedenis kunnen schrijven, krijgt leider Wim Bieler een hartstilstand. De dood van Bieler is voor Hans Waterman mede de aanleiding om 'Drumsolo; 35 jaar te laat naar bed' (2002, uitgeverij L.J. Veen) te schrijven. Niet alleen om zijn eigen muziekgeschiedenis vast te leggen, maar ook om woorden te vinden voor een tijd die heftig was. Waterman is niet alleen een uitstekend drummer met een grote staat van dienst, hij is ook een schrijver met soul. Dat laat hij zien in 'Drumsolo', waarin hij met gevoel voor detail zowel over zijn eigen rock-‘n-roll-leven schrijft, als over de hoogtijdagen van de Nederlandse popmuziek.
Drummer Hans Waterman.
Trommelaars die in de pen klimmen; het is in nederpopland geen uitzonderlijk verschijnsel. Na Waterman pakte in 2012 Blues Dimension-, Rob Hoeke-, Sweet d’ Buster- en Cuby & The Blizzards-drummer Hans la Faille de tekstverwerker om zijn kleurrijke omzwervingen langs poppodia te beschrijven. Was voor Waterman de dood van Bieler de reden om te gaan schrijven, voor La Faille zou dat het overlijden van Harry 'Cuby' Muskee in 2011 kunnen zijn, ware het niet dat hij er al in 2010 mee begonnen was. In 'Showbizz Blues' (uitgeverij VIP) schrijft hij over zijn muzikantenbestaan: jeugdvriendje Herman Brood, kameraad en bassist Herman Deinum, met wie hij 45 jaar lang een unieke 'ritmesessie' vormde, en de avonturen van The Blizzards.

Boek 'Showbizz Blues' (2012)...
In het boek vertelt de Zwolse slagwerker vrijmoedig over zijn leven, persoonlijk en beroepsmatig, als muzikant. Drie maanden zat hij non-stop achter de computer om de herinneringen op papier te zetten. Hierin spelen zijn jeugdvriendje Herman Brood en Cuby een grote rol. Vaste kameraad, bassist Herman Deinum, is een constante in het boek. 'Samen kun je een band dirigeren, je bepaalt de dynamiek. En we hadden dezelfde opvattingen over stukken.' Helaas raakten ze twee jaar geleden gebrouilleerd.
Het conflict met zijn muzikale maatje betreurt hij. 'Heel pijnlijk na zoveel jaren vriendschap. Ik heb hem drie liefdesmailtjes gestuurd maar het mocht niet baten. Het ging mis bij de laatste tournee van Cuby.' In zijn boek beschrijft La Faille: 'In de zomer van 2010 rezen er spanningen met pr-man Henk Aa. Harry Muskee wilde zich niet door hem laten voorschrijven dat hij voor slechts een minuutje met de hele band in DWDD, het programma van Matthijs van Nieuwkerk, moest verschijnen. Harry kon in die dingen eigenzinnig zijn. Volgens Aa hoorde dit er nu eenmaal bij. Deinum stond achter Aa en liet dat ook voortdurend merken', noteert La Faille. 'Reden voor Muskee om niet meer met hem verder te willen. En dus maakten we onze tour af met een vervanger. Ik heb geprobeerd dit te voorkomen want zonder Deinum was Cuby Cuby niet meer, vond ik. Het hielp niets. Herman neemt het me kwalijk dat we niet solidair met hem zijn geweest.'
Drummer Hans la Faille.
Wie het boek 'Drumsolo; 35 jaar te laat naar bed' leest, valt het op dat het eigenlijk helemaal niet gaat over de hoogtijdagen van de Nederlandse popmuziek. Waterman schrijft met name over zijn eigen leven. Hoe hij met zijn eerste bandje in het voorprogramma van Cuby & The Blizzards speelde en dat die enige tijd later op de stoep stonden om hem als 16-jarige in de band te krijgen. Hoe hij grote successen doormaakte met Cuby en met welke grote namen hij allemaal gespeeld heeft. Het meeste draait het boek echter om zijn persoonlijke hoogtepunten; het boek wordt voor een groot gedeelte bij elkaar gehouden door een broeierig mengsel van drank, drugs, geiligheid en sperma. Sex, drugs & R&R dus. Brrr….
> Lauran

maandag 30 april 2012

Dion leeft nog!

Mijn eerste gedachte toen ik las dat Dion DiMucci een nieuw album had gemaakt: die was toch al lang dood… Niet dus. Tank Full of Blues heet de nieuwe cd. De tweede verrassing voor mij was dat het een wat gruizig bluesalbum is. Verrassend omdat Dion DiMucci (bouwjaar 1939) voor mij altijd de man gebleven is van klassieke rock & roll-hits als The Wanderer en Runaround Sue… Makkelijk verteerbare liedjes. Zijn nieuwste album is dus heel anders, maar nog altijd prettig om te beluisteren; het kan een grotere groep aanspreken dan de hardcore bluesliefhebbers. De enige tegenvaller vind ik het nummer Bronx Poem, een wat al te gemakkelijk rijmende rapachtige ode aan zijn geboorteplek, de wijk The Bronx in New York. 
MM-Johan

zaterdag 21 april 2012

Levon Helm

Levon Helm, de voormalige drummer en zanger van de legendarische The Band, is overleden. Een mooi moment om nog eens naar klassiekers als 'Music From Bing Pink' te luisteren. Een prachtig solo-album is 'Levon Helm and The RCO All-Stars', hoewel van 'solo' geen sprake is. Helm wordt op deze plaat muzikaal ondersteund door een trits grootheden, om precies te zijn Booker T. Jones, Steve Cropper, Donald 'Duck' Dunn, Mac 'Dr. John' Rebennack, Paul Butterfield, Fred Carter Jr., Howard Johnson, Tom Malone, Lou Marini, Alan Rubin, Robbie Robertson & Garth Hudson. De laatste twee uiteraard ook oud-leden van The Band. 
MM-Johan

donderdag 8 maart 2012

Iron Butterfly echt niet kapot te krijgen

Dacht ik op zondag 16 maart 1997 een heel oude koe uit de sloot getrokken te hebben, blijkt muziekcollega Wouter de Waal van de site ‘3voor12’, het alternatieve popmuziekplatform van de VPRO, het 15 jaar later toch nog veel beter te kunnen. Lijdend voorwerp: de Amerikaanse hardrockmammoet Iron Butterfly. 
Doorbraakalbum ‘In-A-Gadda-Da-Vida’ uit 1968
Voorafgaand aan hun Tilburgse optreden in 1997 in Theater Noorderligt mijmerde ik nog als volgt: ‘Het is een merkwaardige gewaarwording dat hardrockgroepen die jou in je tienerjaren fascineerden, je als dertiger en veertiger blijven achtervolgen. En dan nota bene in je eigen geboortestreek. Zo fietste Uriah Heep al een keer of vier met wisselend succes door de Veldhovenring. Ten Years After stond op een zonnige zondagmiddag te pierewaaien in Baarle-Nassau. Drie verschillende zangers van Deep Purple vereerden Tilburg reeds met een bezoek. Steppenwolf bracht in 1996 precies 25 jaar na hun eerste legendarische live-dubbelaar opnieuw een nieuwe dubbele live-cd uit. En ga zo maar door…’
Maar op maandag 5 maart 2012 gold dat dus nog steeds in onverminderde mate. Muziekcollega Wouter de Waal kopt boven het optreden in het Tilburgse rockcafé Little Devil: ‘Iron Butterfly transformeert Little Devil even in teletijdmachine; legendarische psychedelische rockact schittert veertig jaar later nog’.
Ik was hier niet bij, maar heb er toch even overlopen piekeren.
Iron Fly-ticket 1997...

De Waal schrijft: ‘Zoals je na een slordige veertig jaar kunt verwachten, kent het huidige Iron Butterfly wel een andere samenstelling dan in de gloriedagen, maar twee oudgedienden uit het revolutiejaar zijn er opvallend genoeg nog steeds bij: zanger/bassist Lee Dorman en drummer Ron Bushy, de man van de beruchte lange drumsolo op doorbraakalbum ‘In-A-Gadda-Da-Vida’ uit 1968. De eerste, inmiddels bijna zeventig, moet tegenwoordig op en van het podium geholpen worden, maar dat doet aan zijn levendigheid als muzikant en verteller niet af. De tweede lijkt überhaupt nauwelijks iets van zijn energie verloren te hebben en treft de vellen nog steeds ongenadig hard waar het nodig is.’

Grappig dat ik 15 jaar eerder constateerde: ’Driekwart van de oorspronkelijke bezetting bleef in drie decennia overeind, ook al zo typisch. Het ouwe drietal werd in Tilburg aangevuld met gitarist Eric Barnett, een doorgewinterde hardrocker die met zijn gierende spel bij een aantal, wat zoutloos aandoende nummertjes flink wat peper door de strot blees. Natuurlijk was het wachten geblazen op de onverbiddelijke bestseller ‘In-A-Gadda-Da-Vida’ en dat gebeurde - zoals verwacht - pal voor het eind. Ook hier was het aan een reddingspoging van Barnett te danken dat de klassieker van 17 minuten niet wegzonk in sleetse middelmatigheid. De ooit beroemd geworden drumsolo van houthakker Ron Bushy - wie vertelt mij waarom? - verviel in een tot op de naad uitgekauwde riedel waarbij een beginnend tamboertje met drie lessen muziekschool schril zou afsteken.’
De Waal eindigt waardig: ‘De show mag om reden van anciënniteit én muzikale kwaliteit gerust als legendarisch de Little Devil-annalen in: ‘Iron Butterfly was here and kicked ass’ - dat kan niet elk rockcafeetje zeggen.’

Moraal: old rockers never die!
>Lauran

Iron Butterfly 2012...

zaterdag 3 maart 2012

Swingende funkband War kort maar krachtig

In de uitverkoop van 1970 kocht ik voor een daalder eens het singletje ‘Spill The Wine/Magic Mountain (From The MGM Picture The Magic Garden)’ van ene Eric Burdon Declares 'War'. Nimmer had ik zo'n broeierig en mysterieus swingend plaatje op de draaitafel liggen. Het deed me denken aan de het jaar ervoor uitgekomen jungleroman ‘Gangreen I Black Venus’ van Vlaming Jef Geeraerts, die als blanke koloniaal de meest waanzinnige capriolen uithaalde of er in ieder geval getuige van was in hartje Kongo-rimboe. Met ondoorgrondelijke voodoo, hallucinerende nachtelijke bijeenkomsten, tribaldans en drugs, ranzige hoeren, sex en laveloze agressie.

1970: 'Spill The Wine'...
27 jaar later staat War, weliswaar zonder Burdon, in Tilburg. Dit uitheemse sfeertje was zaterdag 8 februari 1997 vanzelfsprekend ver zoek in de goeddeels lege Noorderligt-zaal, waar slechts hooguit tweehonderd bezoekers waren om de korte maar perfecte set van War mee te maken. En het waren maar krap vijf kwartiertjes waarin de zevenkoppige band uitpakte. Vijf kwartiertjes, die op het eind toch maar drie kwartier leken, zo snel was het concert voorbij.
Maar in die korte tijd liet de Amerikaanse Westcoast-funkformatie zien en horen dat het alles in huis heeft om een zaal onvoorwaardelijk te laten swingen. 





1997: War in Tilburg...
Zanger/gitarist Howard Scott en zanger/drummer Harold Brown zijn de enige twee oudgedienden; de rest zijn nieuwkomers. Maar dat was beslist niet te horen aan het brede repertoire, dat van suikerzoete soulballads à la The Temptations kon oplopen tot puddingvette discofunk in het straatje van The Isley Brothers. Daarin speelde zanger/bassist en mimiekclown B.B. Dickerson een prominente rol, met name in het dampende R&B/funkavontuur ‘Me And Baby Brother’ waarin Dickerson aan zijn bas stond te plukken alsof het een net omgebrachte slachtkip was. 

 Ook de swingende wereldhit 'The Cisco Kid' en het groovy ‘Low Rider’ stonden als een huis.Het duurde even voordat het handjevol publiek zich aan de podiumrand had geschaard. Daar werd het al meteen om de oren geslagen met een superlange versie van ‘Slippin' Into Darkness’, in 1992 nog meesterlijk gecovered door Black Uhuru op ‘Mystical Truth’, dat Scott onnavolgbaar met  een waterige wahwah overgoot. Mooi! Mooi!


2011: War...

>Lauran

donderdag 23 februari 2012

Times Like Dees

Tijdens mijn verblijf in Sevilla miste ik de TV uitzending van de HollandDoc 'Times Like Dees', maar dankzij deze link...http://www.hollanddoc.nl/kijk-luister/documentaire/t/times-like-deese.html  kun je deze indrukwekkende bluesdocumentaire over het dagelijkse leven in de Mississippi Delta gewoon bekijken. Zie hoe nauw verwant HipHop en Blues met elkaar zijn en beleef de frustratie van de Black American's in de achtergebleven gebieden van de VS. Klassestrijd en Racisme nog steeds aan de orde van de dag.

Heritage Blues Orchestra in de schappen.

Vanaf 27 februari ligt dan eindelijk de nieuwe CD van The Heritage Blues Orchestra in de schappen van onze platenzaken. hierbij een link van een review welke ik geschreven heb t.b.v. Bluesmagazine;

http://www.bluesmagazine.nl/recensie-heritage-blues-orchestra-and-still-i-rise



dinsdag 21 februari 2012

Backstage met hemelse Imagination

‘Scandalous’.
‘Als je na afloop van het konsert bij de backstage-ingang komt, kun je een interview doen. Deze is links van het podium aan ’t einde van de gang. Ik zal er ook zijn, dus zie maar. Groeten Jan…’ Met het kattebelletje van de WEA-contactman in mijn hand stond ik zondag 29 januari 1984 wat onwennig om me heen te kijken in de afgeladen Vredenburg-zaal in hartje Utrecht. Het concert van de driekoppige disco-formatie Imagination met hun vijfkoppige begeleidingsband was net afgelopen en fans dropen, verguld van de hemelse trance-avant-la-lettre waarop ze tijdens het optreden getrakteerd waren, druppelsgewijs af. Ik zag links van het inmiddels lege podium twee grote gorilla’s staan en besefte dat ik daarlangs moest om me in het selecte backstage-gezelschap van het Engelse disco-trio te kunnen begeven. Daarvoor bleek juist het onnozele kattebelletje wonderen te doen. ‘Jan’ bleek die avond wereldberoemd in hartje Utrecht!

Ashley Ingram
Ik was enkele weken daarvoor verrukt geraakt door Imagination’s nieuwe hit ‘New Dimension’ van hun derde langspeler ‘Scandalous’. De 7.21 minuten durende song schraagde op een rollende bas en spacy synthesizers waarover de falsetstemmen van de heren voortreffelijk gedijden. Harry van Nieuwenhoven omschreef het in Oor als volgt: ‘Scandalous blijft staan voor een zwaar elektronische en door synthesizers gestuurde funksoultaart, die lekker weghapt en waarop de slagroom wordt gevormd door de ronduit schitterende (falset)zangpartijen, die je regelrecht meevoeren tot aan de plaats waar alle gelovigen terecht hopen te komen.’ Tja, wat moest ik daar nou nog aan toevoegen?
 
Nadat ik me door vele muzikale VIP’s heengeworsteld had, werd mij zanger, bassist, gitarist en toetsenman Ashley Ingram aangewezen, die ergens in de backstage-catacomben van Vredenburg onderuit op een bank gezakt lag, een champagnecassis losjes in de hand, glurend onder de rand van een enorme zonneklep, een badstofhanddoek om zijn natte nek. Hij verwelkomde ons – ik had een vriendin meegenomen – met een brede grijnslach en begon ongevraagd aan een monoloog, waar niets of niemand tussen kon komen. 


Driekoppige disco-formatie Imagination

Het was een promotietekst, die hij al honderd keer had opgedreund. Onderwijl controleerde hij met enige regelmaat of het bandje in mijn cassetterecordertje nog liep en ging dan onverdroten voort, pogingen om tussenbeide te komen radicaal afbrekend.
Frappant was dat hij me tijdens de nogal lange monoloog geen enkele blik waardig gunde maar voortdurend oogcontact hield met de jongedame die als fan puur voor het gratis concert was meegegaan en deze after-party wel interessant – want nieuw – vond. Toen zijn monoloog-waterval opgedroogd was, nipte Ashley aan zijn glas en zette toen het cassetterecordertje aan zijn lippen, vurig naar mijn metgezellin turend. ‘Hello’, fluisterde ie met zwoele hijgstem. ‘Hello. Sex. And more sex. Be as you are. Relax and do it naturaly. Rrrrrr…’
Wat 'n lul, zei mijn vriendin terug in de auto.


>Lauran

dinsdag 14 februari 2012

Earth, Wind & Fire herleeft in Nederland

Het volgende persbericht is vandaag verstuurd. Interessant nieuws voor de fans van de legendarische groep Earth, Wind & Fire, over welke al eerder op dit weblog is geschreven.

Earth, Wind & Fire Experience v.l.n.r....
Hitschrijver Al McKay met Earth, Wind & Fire Experience tour in 013 Tilburg, Paard van Troje Den Haag, Podium de Vorstin Hilversum en MC De Bosuil in Weert. Tijdens zijn Europese ‘Earth, Wind & Fire Experience’-tour zal Al McKay, dé man achter de hits en de specifieke sound van Earth, Wind & Fire, met zijn 13-mans formatie in april 2012 ook vier concerten in Nederland geven. 
Op donderdag 12 april in Paard van Troje in Den Haag, zaterdag 14 april in Podium de Vorstin in Hilversum, zondag 15 april in MC De Bosuil in Weert en maandag 16 april in Poppodium 013 in Tilburg zal deze Amerikaanse wereldster samen met zijn 13-mans formatie de jaren ‘70 weer laten herleven met superhits als o.a. Fantasy, September, en vele andere Soul and Dance Classics die Earth, Wind & Fire wereldfaam bezorgden. 
Na zeer succesvolle optredens op ongeveer alle grote jazzfestivals ter wereld waaronder het gerenommeerde jazzfestival in Montreux waar ze werden uitgeroepen tot beste live act, is het wederom gelukt om deze superband naar Nederland te halen.

Al McKay werkte samen met Maurice White aan het herkenbare geluid van Earth, Wind & Fire, wat de groep het sterrendom bracht. Al McKay was niet alleen de muzikale regisseur van deze legendarische soulformatie, maar ook de co-composer van veel hits van andere bands. In de jaren 80 kwam er een einde aan de samenwerking tussen Maurice White en Al McKay. Al McKay begon een nieuwe band met zeven van de dertien originele leden van de legendarische band: Michael Harris, Andrew Wolfolk, Freddie White, Johnny Graham, Larry Dunn en Verdine White om de Earth, Wind & Fire belevenis voort te zetten, onder de toepasselijke naam Earth, Wind & Fire Experience met nieuwe zangers. Nu Maurice White wegens gezondheidsredenen niet meer optreedt is McKay vastbesloten het muzikale nalatenschap van Earth, Wind & Fire te continueren, wat Earth, Wind & Fire Experience naar ongeveer alle grote jazzfestivals over de hele wereld bracht!

Vorig jaar beleefde Earth, Wind & Fire haar 40-jarige jubileum en dat werd groots gevierd. Een nieuwe verzamelbox verscheen en ook daaruit zal tijdens deze concerten materiaal worden gespeeld. Na hun geweldige shows in 2010, o.a. in een uitverkocht Paradiso zijn Al McKay’s allstars terug om opnieuw grandioze concerten neer te zetten, waarbij de dansvloer niet kan worden overgeslagen.

Tickets € 30,- (excl. servicekosten) via Ticketservice.nl en de locaties.
Voorverkoop start zaterdag 18 februari.
Tickets aan de avondkassa kosten € 35,-.

Voor meer informatie en/of kaartverkoop bezoek de volgende sites:
- Paard van Troje in Den Haag: www.paard.nl
- Podium de Vorstin in Hilversum: www.devorstin.nl
- MC De Bosuil in Weert: www.debosuil.nl 
- Poppodium 013 in Tilburg: www.013.nl 

Deze concerten zijn initiatief van Artists & Bands.

woensdag 8 februari 2012

Boek over Eva Cassidy

Het volgende persbericht is vandaag verstuurd. Interessant nieuws voor de fans van de legendarische zangeres Eva Cassidy, over wie al eerder op dit weblog is geschreven.


PERSBERICHT
Rotterdam, 8 februari 2012

De biografie van zangeres en kunstenaar Eva Cassidy
Op 15 februari 2012 verschijnt wereldwijd de biografie ‘Behind the Rainbow’ van de vijftien jaar geleden overleden Amerikaanse zangeres en kunstenaar Eva Cassidy. De Nederlandse muziekjournalist Johan Bakker (1961) sprak uitgebreid met Eva’s vrienden, collega’s en familie in Washington DC en Maryland. Hierdoor geeft hij een unieke kijk op het leven van ‘ The Shy Genius’, zoals zij ook wel wordt genoemd.
Eva Cassidy (Washington DC, 2 februari 1963 – Bowie (Maryland), 2 november 1996) is tijdens haar leven niet echt bekend, maar postuum bereikt haar muzikale roem grote hoogten. Het populaire Britse popprogramma Top of the Pops vertoont twee jaar na haar dood een tape met Cassidy's versie van ‘Over the Rainbow’. Het  nummer is amateuristisch gefilmd tijdens een optreden in jazzclub Blues Alley in Washington DC, maar raakt een gevoelige snaar bij de Britten. Eva bereikt de nummer 1 positie op de Britse hitlijsten en sindsdien zijn er van haar albums, zoals Songbird miljoenen exemplaren verkocht. Ook in Nederland doet haar muziek het onverminderd goed. De authentieke stem van Eva ontroert velen en ze is een voorbeeld voor andere artiesten.
Maar wie was Eva Cassidy? Waarom bleef een zangeres van haar kaliber zo lang onbekend? Waarom sloeg ze een platencontract van het prestigieuze jazzlabel Blue Note af? Hoe zit het met de beeldende kunst die ze ook maakte? Schreef ze zelf nummers? Waarom woonde ze op haar 33ste nog altijd bij haar ouders? Had haar vroege dood aan de gevolgen van huidkanker voorkomen kunnen worden? Waarom kunnen Eva’s ouders en haar vroegere bandleden niet meer samen door een deur?
Biografie ‘Behind the Rainbow’
In de biografie doet Johan Bakker verslag van een zoektocht naar de ware Eva Cassidy. Het is een kleurrijke en verrassende tocht die de lezer meeneemt van het Duitse Rijnland, waar Eva’s moeder is geboren, via de groene heuvels van Ierland waar de Cassidy familie vandaan komt, tot in Maryland (VS) waar Eva nooit echt heeft kunnen aarden. Haar succes begint in IJsland, waar haar broer Dan naar toe verhuisde, maar door Eva’s vroege dood blijft het bij deze voorzichtige aanzet.  
Eva’s gedachtegoed wordt in dit met warmte geschreven boek voelbaar. Dit maakt deze  biografie tot een gedegen analyse, maar vooral tot een levendig monument voor een vrouw met een uniek talent. Omnibus Press, Londen / New York, de grootste uitgever van muziekbiografieën, brengt dit boek 15 februari uit. Het is bij de betere boekhandel in Nederland te koop en te bestellen via internet.
Facebook
Twitter
@EvaCassidyBio
           
Hyves 

Maurice White loopt nooit dezelfde heuvel op

 Elpee 'Stand By Me'
Eindjaren ’70 zat ik elke donderdagavond gekluisterd aan de radio. Ferry Maat draaide tussen acht en tien zijn vermaarde ‘Soulshow’. Ik schaarde me al een decennium bij de hardrockers, maar die superlange uitvoeringen van allerhande - met name Amerikaanse - funkformaties op TROS-radio 3 waren ook niet te versmaden. De cassetterecorder ging aan en elke ‘Soulshow’-aflevering was goed voor netto tweemaal driekwartier vette funk.
T-Connection, Shotgun, Fatback Band, Fat Larry’s Band, Ohio Players, Rufus, Funkadelic, Bar-Kays, Mandrill, Maze, Maceo, Average White Band, Larry Graham, Bootsy, Parliament, Slave, Instant Funk, Heatwave, en de meest succesvolle: Earth, Wind & Fire… Pronkte live-dubbelaar ‘Gratitude’ (1975) niet in mijn collectie?


Earth, Wind & Fire
Earth, Wind & Fire-leider Maurice White bracht in 1985 een solo-album uit waarmee hij wilde bewijzen ook in zijn eentje als EWF te kunnen klinken. Het titelloze album werd vertegenwoordigd door de Ben E. King-cover ‘Stand By Me’ (later 6 in de R&B-chart) en ‘I Need You’. Donderdag 31 oktober 1985 was White in Bussum voor Toppop-opnamen in een voormalig basisschooltje en de vermaarde muzikant gaf in een aan dezelfde straat gelegen bistro interviews over dat project.
Ik ernaar toe voor de VNU-dagbladen. De vertegenwoordiger van CBS ontving mij met koffie. En toen ik me die na een lange autorit goed liet smaken, vertelde hij me dat ik in de heer White een persoon zou herkennen, die graag uitwijdt over universum en kosmos, de onbegrensdheid der mogelijkheden, mensheid en wat al niet meer. Ik lachte flauw, maar kreeg het verzoek het toch serieus te nemen.
Maurice White

Met lood in mijn schoenen zetelde ik me bij hem aan een tafeltje, al mijn zorgvuldig voorbereide ‘Maurice White doet Lionel Richie’-kunstje- en echte muziekvragen terloops wegmoffelend in mijn broekzak. Het viel mee; mijnheer zat op zijn praatstoel. Hij begon met dat er geen stabiliteit of zekerheid in het leven is: ‘De enige zekerheid die je hebt, is je vrijheid. Omdat je vanuit die vrijheid kunt veranderen zoals de wereld elke dag, elk uur, elke minuut, verandert.’ Mijn blik werd glazig, maar White kwam ter zake: ‘Ik kan ook op zeker blijven spelen met Earth, Wind & Fire. Dat fundament ligt er al jaren. Toch neem ik dit risico. Het is mijn onbegrensd verlangen om telkens nieuwe dingen te doen.’


Ik riposteerde nog dat iemand met de naam Maurice White dat natuurlijk makkelijk kan zeggen; hij werd inderdaad heel serieus: ‘Nee, zelfs voor mij is het gevaarlijk. Nu mag ik met mijn ervaring al vele stappen gezet hebben, maar ik loop nooit tweemaal dezelfde heuvel op. Dat is de uitdaging van het leven. Het bevredigt datgene waarin ik onvoorwaardelijk geloof.'
Dacht ik dat hij mopperde? Even later zat White alweer lachend over een kop kippensoep met toast: ‘Als je maar vaak genoeg tegen een kind zegt dat ie iets niet kan, gaat het daar ook in geloven. Ik ben opgevoed door mijn ‘granny’. Ze zei me altijd dat ik alles aankon. Punt is: als niemand ooit pioniert, kent het leven geen vernieuwing…’
Ik bestel kippensoep met toast!

>Lauran

 

woensdag 1 februari 2012

Marike Jager gek op de nacht…

Marike Jager is gek op de nacht. De sfeer van piepende deuren, krakende schepen en een ruisende zee vormden de achtergrond voor een pakkend concert. De intimiteit van Cultureel Centrum Jan van Besouw bleek een prima podium voor het optreden van een vrouw die een stem heeft om u tegen te zeggen en zich laat begeleiden door twee heren die weten waar de nuances moeten liggen in de vaak frêle liedjes. Marike schrijft ze zelf, geeft uitleg over het tot stand komen en speelt afwisselend elektrische en akoestische gitaar. Nicky Hustinx (drums, benzineblikken, jerrycans) en Henk Jan Heuvelink (elektrische piano, gitaar) begeleiden Marike met veel passie tijdens het concert waarin het nieuwe album ‘Here comes the night’ centraal staat. Was het voor de pauze vooral de rust die overheerste in de pakkende Engelstalige liedjes, daarna werd het iets pittiger. Na de show komen de bandleden zelf hun schouderklopjes incasseren in de gezellige foyer van het cultureel centrum in Goirle. Ook signeren ze albums en verkopen kussenslopen en T-shirts. Een mooie avond , een ongedwongen sfeer en een gesprekje met een impresario die Marike bij onze zuiderburen op de kaart wil zetten. Rode draad die nog even na ijlt is de stem van de gemakkelijk zingende Marike Jager. Met dank aan de ‘audiomachinist’ voor de angstaanjagende geluiden van de nacht. Met Marike Jager op het podium is die altijd te kort … 
(Foto: Bianca Berger)

maandag 30 januari 2012

Black Sabbath heeft geen zin in audities

'Paranoid'(1970)...
Mijn overbuurjongen Berry Janssen kocht in 1970 de elpee ‘Paranoid’ van Black Sabbath. Het gelijknamige hitje domineerde de Top40 van 1969, maar die elpee… Op Berry’s kamertje draaiden we ‘Paranoid’ van voor naar achter en van achter naar voor: ‘War Pigs’, ‘Paranoid’, ‘Planet Caravan’, ‘Iron Man’, ‘Electric Funeral’, ‘Hand Of Doom’, ‘Rat Salad’ en ‘Fairies Wear Boots’. En dan weer ‘War Pigs’, etc. In 1971 kocht ik ‘Master Of Reality’ en genoot nog steeds van die loodzware riffs, die als logge duizendponders traag voorbijgedreven kwamen. Maar daarna hield het toch wel op.
Op zondag 2 oktober 1983 kreeg ik de gelegenheid gitarist Tony Iommi te interviewen voor BD. Dat kon pal na het optreden in de Zwolse IJsselhal. Daar had ik al zo mijn twijfels over omdat muzikanten na een concert het liefst even met rust gelaten willen worden. Tijdens dat concert kwamen we Ian Gillan plotseling tegen als leadzanger van Black Sabbath met wie hij dat jaar ook nog het erbarmelijke 'Born Again' opnam. Black Sabbath-drummer Bill Ward moest vanwege drankproblemen zijn kit afstaan aan Bev Bevan (ex-ELO).
In Zwolle waagde Black Sabbath zich in de toegift zowaar aan een cover van Deep Purple's 'Smoke On The Water'. Bij dat desastreuze concert in de IJsselhal smeet een gehandicapte toeschouwer uit pure woede zijn rolstoel het podium op. Een grotere rommel hadden we nog niet meegemaakt.

Black Sabbath met Ian Gillan (rechts)
Het interview dreigde ook bij voorbaat te mislukken toen mijn concertmaatje Vic, bij het binnentreden van de catacomben waarin de heren vertoefden, uit volle borst en enthousiast 'Smoke On The Water' floot als ware dat het enige melodietje dat was blijven hangen na het snoeiharde optreden. Het gezicht van Iommi stond dan ook op onweer toen we aan een tafeltje waren aangeschoven en ik mijn eerste vraag stelde. Dat die toevallig ook ging over Ian Gillan en waarom hij niet bij het gesprek was, maakte de sfeer niet bepaald ontspannen.

BS-interview, cd 'Sabbath Stones' en ticket 1990...

Iommi over de aanwezigheid van Gillan in Black Sabbath: ‘Mensen hoorden dat we na het vertrek van Ronnie (Dio) een nieuwe zanger zochten. We hadden geen zin om audities te houden; we wilden iemand die dat niet nodig zou hebben. Toen hoorden we van Ian. We namen contact op met zijn bureau. En we kwamen bij elkaar.’ Op mijn vraag hoe het dan voor Ian was om als voormalig zanger van Deep Purple oude Black Sabbath-nummers te zingen (in mijn verbeelding: hoogverraad!), antwoordde Iommi: ‘Vraag het hem zelf. Hij vindt het best leuk, anders zou hij het niet doen. Voor hem spelen we 'Smoke On The Water'. Verder weigeren we nummers van anderen te spelen. Dus hij moet wel…’
Smoooook on the waaaaater... 

>Lauran

vrijdag 27 januari 2012

Verpletterende muziekreis met Magnum

Cd 'Vigilante' (1986)...
Wat plichtmatig tik je de zoveelste aankondiging van een rockconcert in het poptheater in je woonplaats Tilburg. (Hard)rockbands staan de laatste jaren in de rij om er te komen spelen en daar zit van alles tussen: matig, goed, heel goed. 29 november 1986 is het de beurt aan de Engelse symfonische rockband Magnum. Via de platenmaatschappij belandt de cd ‘Vigilante’op mijn bureau: zeker niet slecht. Ook concertmaatje Vic heeft deze zaterdagavond eigenlijks niets beters te doen; zullen we dan toch maar even naar Magnum in het Noorderligt gaan luisteren? Is het niks, dan hebben we zo de straat overgestoken om in café Lambiek een pint te nuttigen.

Voorprogramma Mother Lode uit Zweden zegt me anno 2012 niets meer. Hebben we het wel gezien? Of zijn we in de pauze binnengeslopen? Maar dan Magnum… De lichtjes gaan uit en daar staat een band, die ons optilt en ons op reis meeneemt naar een verpletterende ervaring. Ik schreef die maandag in het Brabants Dagblad: ‘Dik anderhalf uur lang gaven deze vijf muzikanten een concert dat uitblonk door een uitmuntende instrumentenbeheersing, een harmonische repertoireopbouw en een sfeervolle, prima tot de verbeelding sprekende podiumshow. Het optreden van Magnum was in vele opzichten af.’


Ticket Magnum 1986...
Via een indrukwekkende openingsact speelde de groep hoofdzakelijk werk van haar elpee ’On A Storytellers Night’ uit 1985 en ’Vigilante’. Daarbij werd een enkele keer teruggestoten naar ’Chase The Dragon’ uit 1982 via bijvoorbeeld het akoestische ’The Spirit’. Maar ook ’Two Hearts’ met een sublieme gitaarsolo van Tony Clarkin, ’How Far Jerusalem’, lyrisch vertolkt door frontman Bob Catley, ’Just Like An Arrow’, ’Back Street Kid’ en de meezinger ’Midnight (You Won’t Be Sleeping)’ waren om te smullen.
Ik herinner me nog dat Vic en ik tegen middernacht zwijgend Theater Noorderligt verlieten en de Veldhovenring overstaken om aan de overkant onze fietsen te pakken, om alsnog een pilsje te scoren in Lambiek. Even affakkelen! Halverwege de straat stopten we onafgesproken om elkaar even kond te doen van de extatische toestand waarin we ons bevonden. Maar in plaats daarvan keken we mekaar alleen maar schaapachtig aan, knikten gelijktijdig en vervolgden tevreden onze weg.
Soms is elk woord er een te veel…


Bob Catley (links) en Tony Clarkin 1986...
 >Lauran

maandag 23 januari 2012

Campaign Songs

De voorverkiezingen voor de Republikeinse presidentskandidaat zijn alweer een paar weken aan de gang in Amerika. Ze duren nog tot eind juni, maar er zal waarschijnlijk al eerder duidelijk zijn wie de kandidaat wordt die het in november mag opnemen tegen president Obama.
Tijdens deze voorverkiezingen gebruiken de kandidaten muziek als opwarmertje bij een bijeenkomst, het liefst lekker opzwepend en overgoten met een flinke USA-saus. En het campagnelied moet natuurlijk een bekende song zijn, want er moet meegezongen en geklapt kunnen worden voor de kandidaat. Maar ook gebruiken ze het in radio- en televisiecommercials, op hun website of op hun social media. Alles om een onvergetelijke indruk te maken op de kiezers.
Zo gebruikte de kandidaat Michele Bachman, die zich ondertussen heeft teruggetrokken, eerst het lied American girl van Tom Petty and the Heartbreakers. Tom Petty vond dat echter geen goed idee en dus gebruikte ze daarna Soul Sister van Train.
Herman Cain, die zich heeft teruggetrokken uit de strijd vanwege een buitenechtelijke relatie, draaide op zijn bijeenkomsten I am America van Krista Branch.
Rick Perry houdt meer van country music , maar kan er door een aantal foute uitspraken over buitenlandse politiek, vooral thuis in Texas naar luisteren. Toby Keith met American Ride was zijn keuze.
Newt Gingrich, de voormalige Speaker of the House, heeft gekozen voor de klassieker Eye of the tiger van Survivor, vooral bekend uit de film Rocky.
Mitt Romney doet voor de tweede keer een poging om de republikeinse presidentskandidaat te worden. Hij heeft Kid Rock van stal gehaald met Born Free.
Het zal mij benieuwen met welke campagnesong President Barack Obama over een paar maanden komt als de verkiezingen echt losbarsten.
MM-Jeroen

Het liedje van Michele Bachman: 

Het Liedje van Herman Cain:


Het liedje van Rick Perry:


Het liedje van Newt Gingrich


Het liedje van Mitt Romney:


zaterdag 21 januari 2012

Verse Vis !!

Vandaag verse import binnen gekregen. Geen vis maar het nieuwste/eerste studioalbum van Jaimoe Johanson. Jaimoe was en is nog steeds die ene zwarte drummer van de Allman Brothers en heeft een soloproject waar hij al jaren mee door de States tourt 'de Jasssz Band'. Samen met gitarist/blueszanger Junior Mack (jullie moeten hem inmiddels kennen van mijn voorgaande berichten) had hij al een drietal livealbums geproduceerd en nu is er een debuut vanuit de studio genoemd 'Renaissance Man'.





Het album staat vol met r&b, rock soul, maar dus ook en dat doet de titel van de band al vermoeden: Jassszy easy en coole nummers. 'This album is completely different from our two previous live albums. The band has evolved in different ways. From bebop with no vocals, to vocals and now three horns', meldt Jaimo. 'This is our first studio album. It's real simple. Everyone can enjoy it.

Stream Melissa via Rollingstone


Luister naar de uitvoering van Melissa en geniet van Junior's stem en het jazzy Allman Brothers sfeertje wat neergezet wordt. Ook dit gezelschap zou niet misstaan op het North Sea Jazz festival. En als Junior Mack er toch al is met zijn Heritage Blues Orchestra, dan kun je dit er net zo goed als toetje bijnemen toch? De cd is helaas (nog) niet in Nederland te verkrijgen, maar wel te bestellen via de webwinkel van de Allman Brothers 'Hittin the Note'en daar kun je meteen ook wat korte fragmentjes beluisteren; 
Webwinkel 'Hittinthenote'.

MM-John