dinsdag 10 januari 2012

De 'spirit' van Kool & The Gang

Het zal in de zomer van 1975 geweest zijn dat ik in de Tilburgse discotheek The Revolution plots zo’n moddervette funksong hoorde dat ik er bijna mijn glas bier van liet vallen: ‘Spirit Of The Boogie’. Wat een spanningsopbouw van blazers met dat funky slaggitaartje, en dan die mysterieuze echostem, die daar al pratend doorheen fluistert, zingt en schreeuwt: ‘You’ve got no way to go, feel it, the spirit. Of the boogieman, ride the rhythm, come on, get down, brrr…’.


Ik kwam er na enige tijd achter dat het de Amerikaanse funkband Kool & The Gang was, ook al zo’n stoere naam die meteen beklijfde. Buiten de hit ‘Spirit Of The Boogie’ bleef het jarenlang stil rond de groep, totdat beginjaren ’80 – na een muzikale omwenteling; disco was razend populair – Kool & The Gang andermaal de hitlijsten besteeg. Maar nu met disco-nummers als ‘Ladies Night, Celebration, Get Down On It’ en ‘Let’s Go Dancin’. Kool & The Gang was een goed geoliede hitmachine geworden.  

Begin februari 1984 kreeg ik gelegenheid de band te interviewen toen ze voor opnames voor het tv-programma Toppop in de Merwedehal in Dordrecht waren. De groep stond aan de top van haar populariteit; het was afwachten wie ik in welke sfeer zou aantreffen. Het bleken zanger James Taylor en bassist en naamgever Robert ’Kool’ Bell te zijn, die me in een van de kleedkamers opwachtten. Een blonde jongedame van de platenmaatschappij waarschuwde me – in het bijzijn van de heren – dat ik slechts 20 minuten, hooguit een halfuur, zou krijgen.


Kool & The Gang met Robert Bell (vierde links) en James Taylor ernaast.



Toen ik de heren – ter introductie van het gesprek – de anekdote vertelde van mijn opzienbarende ontdekking van ‘Spirit Of The Boogie’, bijna 10 jaar eerder, toonden zij zich aangenaam verrast. Ik was in hun ogen blijkbaar niet de zoveelste verslaggever die hen bij voorbaat wilde doorzagen over hun talloze recente discohitjes.
Natuurlijk waren James en Robert uitermate verguld met hun gegroeide populariteit, waardoor zij zich aan een zeer groot publiek konden presenteren en de kassa enthousiast was gaan rinkelen. Met name Robert wilde veel kwijt over de jazzy start van zijn carrière als funkbassist. Het feit dat hij als producer Eumir Deodato had aangetrokken, verried zijn hang naar kwaliteit en perfectie. Had ik van Deodato niet elpee ‘2’ met ‘Rhapsody In Blue’ en ‘West 42nd Street’ in de kast staan?!


James Taylor (links) en Robert Bell (rechts).


De jongedame van de platenmaatschappij kwam na een halfuurtje ons geanimeerde gesprek verstoren, daarbij ongeduldig op haar horloge wijzend, maar Robert stuurde haar geïrriteerd de kleedkamer uit. Ik heb het gesprek op een Sony-taperecordertje opgenomen en me later meermalen verkneukeld bij de passage waarop Bell haar op bestraffende toon wegstuurde…

>MM-Lauran 

Geen opmerkingen:

Een reactie posten